Zoeken
Binnenkort komen hier posts
Nog even geduld...

Recente uitbraken van rhinopneumonie hebben voor veel onrust gezorgd bij paardeneigenaren en uitbaters van paardenaccomodaties. Wat is rhinopneumonie en hoe kan je je paard beschermen tegen dit virus? Je leest er meer over in onderstaande artikel.

Wat is rhinopneumonie?

Rhinopneumonie is een besmettelijke infectie, veroorzaakt door het Equine herpesvirus EHV-1 en EHV-4. Bijna alle paarden in België zijn drager van dit virus, zonder symptomen te vertonen. Na infectie blijft dit virus immers levenslang slapend aanwezig in het paard. Je kunt dit vergelijken met het herpesvirus dat een koortslip veroorzaakt bij mensen. Als gevolg van stress of een periode van vermoeidheid (bv bij transport, zware inspanning) kan het virus gereactiveerd worden waardoor er opnieuw uitscheiding en verspreiding van virus naar andere paarden is. Dit verklaart de plotselinge uitbraken en maakt de bestrijding van EHV zo moeilijk.

Wat zijn de gevolgen van rhinopneumonie?

De symptomen van rhino zijn heel uiteenlopend. Zoals bij veel virale infecties is een verhoging van de lichaamstemperatuur (tot 41°C) een eerste alarmsignaal. De luchtwegaandoening lijkt erg op griep. De besmetting met het virus gebeurt 2-10 dagen voor het optreden van de eerste symptomen. EHV-1 is de meest voorkomende oorzaak van abortus bij drachtige merries. Abortus treedt gewoonlijk op in het 3e trimester van de dracht. De merrie kan echter al enkele weken tot meerdere maanden voordien besmet zijn. In zeldzame gevallen veroorzaakt het virus zenuwsymptomen, voornamelijk te zien aan de achterbenen.

Hoe raakt je paard besmet?

Overdracht van EHV gebeurt door direct contact met de neusvloei van een besmet paard, door indirect contact (via de mens, materiaal,...) of op korte afstand via de lucht. In het geval van abortus zijn strikte hygiënemaatregelen essentiëel: de foetus, het vruchtwater, de nageboorte en vaginale uitvloei zitten immers vol met virus.

Hoe kan je je paard beschermen?

Goed stalmanagament is belangrijk om de verspreiding van het virus tegen te gaan. EHV-1 kan zowel luchtwegproblemen als abortus als zenuwstoornissen veroorzaken. Zo kan het virus , uitgescheiden door een jaarling met luchtwegproblemen, abortus veroorzaken bij een drachtige merrie. Deze merrie kan op haar beurt de oorzaak zijn van zenuwsymptomen bij een ander paard in de stal. Enkele maatregelen ter preventie van uitbraken zijn:

  • vermijden van stress

  • verdelen van paarden in kleinere groepen

  • isoleren van nieuwe paarden bij aankomst

  • trainings- of sportpaarden, jonge paarden en drachtige merries scheiden. 

Alhoewel vaccinatie niet verplicht is, vormt het de hoeksteen van de preventie bij rhino. Ook al biedt vaccinatie geen 100 % bescherming, een gevaccineerd paard zal minder symptomen vertonen bij ziekte. Gevaccineerde paarden scheiden ook minder virus uit, waardoor de verspreiding van virus naar andere paarden vermindert. Het vaccineren van de hele stal zorgt voor een lagere infectiedruk en een nog betere controle van het virus. Vraag steeds advies aan je dierenarts!  

Wil je graag meer weten over rhinopneumonie? Neem dan zeker een kijkje op

https://www.zoetis.be/nl/rhinopneumoniebijpaarden/index.aspx

MM-15322

 

Op 1 december is er in de provincie Antwerpen een paard gediagnosticeerd met de neurologische vorm van rhinopneumonie. Naar aanleiding hiervan roepen verschillende organsiaties op om paarden te blijven vaccineren. Door paarden regelmatig te vaccineren kan het aantal en de ernst van de uitbraken beperkt worden. Voor meer informatie of om een afspraak te maken voor vaccinatie van uw paarden, kunt u contact opnemen met de praktijk.

Link naar bericht PaardenPunt Vlaanderen:   https://www.paarden.vlaanderen/nl/nieuws/Rhinopneumonie-Antwerpen#.Ya3LpdDMI2w